Bankierskantoor Lissa & Kahn

Identifier
1029-01
Language of Description
Dutch
Dates
1 Jan 1800 - 31 Dec 1970
Level of Description
Fonds
Source
EHRI Partner

Extent and Medium

55 meter

Creator(s)

Scope and Content

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had ingrijpende gevolgen voor NV Bankierskantoor van Lissa & Kann. Toch overleefde het bankiershuis de oorlog, zij het niet langer als zelfstandig bankierskantoor, maar in het bezit van de firma Hope & Co. Op 5 juni 1940 werd een drietal overeenkomsten gesloten, namelijk tussen J.H. Kann en Hope & Co., tussen J.H. Kann en Lissa & Kann en tussen Hope & Co. en Lissa & Kann. De reden dat J.H. Kann, enig aandeelhouder, zijn gehele aandelenbezit verkocht aan Hope & Co, was zijn debetpositie bij het bankierskantoor. In de overeenkomst van 5 juni 1940 wordt de belangrijke schuld die Kann had en dat het bankierskantoor aandrong op vereffening. Kann’s schuld was inmiddels opgelopen tot boven het nominale bedrag van zijn aandelenbezit. Daarnaast zal ongetwijfeld ook de Duitse dreiging een rol hebben gespeeld. De Duitse bezetting kwam hard aan bij de directie en commissarissen van Lissa & Kann. De bezetting bracht een tragische wending in het lot van de familie Kann. De familie moest afstand doen van het bankiersbedrijf, waaraan zij bijna anderhalve eeuw verbonden was. J.H. Kann en zijn broer E.M. Kann moesten onderduiken. E.M. Kann overleed in 1942. In datzelfde jaar overleden beide zoons Maurits en Johan in concentratiekamp Birkenau. De jongste zoon, Jaap, werd gearresteerd en via Westerbork naar Auschwitz vervoerd, waar hij januari 1944 stierf. J.H. Kann werd ook opgepakt en werd geplaatst in Westerbork en van daaruit getransporteerd naar Theresienstadt, waar hij in 1944 overleed. President-commissaris mr. J. Limburg, van Joodse afkomst, verkoos niet langer verder te leven onder de bezetter, waarmee een eind kwam aan zijn commissariaat van 25 jaar. Aan de verlangens van de bezetter werd voldaan om erger te voorkomen. Voor Lissa & Kann onstond al spoedig de dreiging van het aanstellen van een Verwalter indien de directie niet zou voldoen aan de Duitse eisen. Op grond van de Duitse verordening van de Rijkscommissaris van oktober 1940 moesten Joodse ondernemingen worden aangemeld bij de Wirtschaftprüfstelle. In geval van Lissa & Kann kon de Wirtschaftprüfstelle zich wel verenigen met de stappen tot Selbstarisierung die de directie had genomen. In de eerste jaren na de oorlog ging alle aandacht uit naar kwesties als rechtsherstel en afwikkeling van de erfenis van de familie Kann. De stukken zijn zowel in het Nederlands als in het Duits.

Conditions Governing Access

beperkt openbaar

Process Info

  • This fonds has been selected by EHRI from the online service Wegwijzer Archieven WO2 at www.archievenwo2.nl based on the Dutch subject heading 'Jodenvervolging' attributed to file descriptions within the collection. Only file descriptions with subject heading 'Jodenvervolging' provided by the Wegwijzer Archieven WO2 have been included.

  • Haags Gemeentearchief

Places