Westerbork, Judendurchgangslager

Identifier
MF800962
Language of Description
Dutch
Alt. Identifiers
  • 250i
Dates
1 Jan 1942 - 31 Dec 2000
Level of Description
Fonds
Source
EHRI Partner

Extent and Medium

9 meter (1174 inventarisnummers)

Creator(s)

Biographical History

Onder druk van antisemitische maatregelen in Duitsland vluchtten veel Duitse joden naar het buitenland. Tussen 1933 en 1940 passeerden duizenden Duitstalige joodse vluchtelingen de Nederlandse grens . Een groot deel van hen werd ondergebracht in over het hele land verspreide locaties. Om een eind te maken aan deze verscheidenheid van opvangkampen en -tehuizen besloot de Nederlandse regering in februari 1939 tot het oprichten van een centraal opvangkamp in Drenthe .

Op 9 oktober dat jaar arriveerden de eerste 22 vluchtelingen in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Tegen het eind van januari 1940 was het aantal bewoners gestaag gegroeid tot 167 . Als directeur werd de Amersfoortse onderwijzer D.A. Syswerda aangewezen . Tijdens zijn regime ressorteerde het kamp onder het Departement van Binnenlandse Zaken en konden de kampbewoners zich, met toestemming van de kampleiding, buiten het kamp begeven.

Op de uitgestrekte heidevelden van Drenthe verrees het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork.

Vlak voor de Duitse inval op 10 mei 1940 verbleven ongeveer 750 joodse vluchtelingen in het kamp. Spoedig na de capitulatie van het Nederlandse leger kreeg het vluchtelingenkamp de reserve-kapitein van het Nederlandse leger J. Schol als commandant . Hij werd bijgestaan door een dertigtal medewerkers waaronder de ondercommandant luitenant J.M.S.J. Haan en boekhouder M. Broere .

Als voorafschaduwing van de ophanden zijnde veranderingen werd het kamp op 16 juli 1940 onder het Departement van Justitie geplaatst. In de daaropvolgende maanden mochten de kampbewoners het terrein niet meer af en kregen zij verplichte arbeid opgelegd. Twee maal per dag moesten zij bovendien op appèl verschijnen. De toezichthoudende rijksveldwachters werden vervangen door een detachement van vijftien marechaussees .

Tot juli 1942 was J. Schol commandant van het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork

Tegen het eind van 1941 viel het besluit Westerbork in te richten als doorgangskamp voor joden. Vlak na de jaarwisseling kregen Nederlandse aannemersbedrijven opdracht 24 grote houten barakken te leveren die elk plaats moesten bieden aan twee- tot driehonderd personen. Op 1 juli 1942 werd Westerbork onder verantwoordelijkheid van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD gesteld. Vanaf dat moment kreeg het de functie van doorgangskamp en verscheen het als Judendurchgangslager Westerbork in de documenten .

Met de aanstelling per 1 juli 1942 van dr. Erich Deppner tot commandant kreeg het Judendurchgangslager Westerbork verder vorm. Niet alleen werden de bestelde houten barakken gemonteerd maar ook verrees een twee meter hoge prikkeldraadversperring waarover zeven wachttorens uitkeken. Het bewakingsdetachement van Nederlandse marechaussees werd tijdelijk versterkt met de Tweede Compagnie van het SS-Wachbataillon Nord-West . Zowel de SS'ers als de marechaussees waren ondergebracht in het Heidelager, een voormalig werkverschaffingskamp dat enkele kilometers van Kamp Westerbork lag. De marechaussees waren hoofdzakelijk afkomstig uit Drente, Groningen en Friesland en werden elke twee maanden afgelost. Het detachement dat onder bevel stond van luitenant J. Rebel en opperwachtmeester A. de Jong voerde vanaf januari 1943 de bewaking van Kamp Westerbork zelfstandig uit. Op 1 juni 1944 verleende een compagnie van het Politiebataljon Amsterdam kortstondig assistentie. In het najaar van 1944 werden de Nederlandse marechaussees vervangen door een eenheid van de Grenzschutzpolizei .

Tijdens het bewind van Deppner vertrok de eerste deportatietrein vanuit het kamp. Op 1 september 1942 werd hij afgelost door Josef Hugo Dischner. Na zes weken, op 9 oktober 1942, verdween deze echter wegens incompetentie van het toneel. Drie dagen nam Polizei-Inspektor Bohrmann waar als Lagerkommandant totdat op 12 oktober 1942 Albert Konrad Gemmeker werd benoemd .

De Duitse Lagerkommandant A.K. Gemmeker

Gemmeker betrad Westerbork op het moment dat de deportatietreinen al drie maanden naar het oosten reden. De opdrachten tot de transporten kwamen vanuit het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) te Berlijn. Hier werden de aantallen te deporteren joden vastgesteld door het Referat IV B4. Onder leiding van Adolf Eichmann werden de directieven doorgegeven aan Den Haag. Hier zetelde vanaf 1 januari 1942 het Nederlandse Referat IV B4 dat direct onder de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD ressorteerde en geleid werd door Wilhelm Zöpf. Per telex werden de datum en de vereiste omvang van het transport aan Gemmeker doorgegeven. Deze kreeg dan ook te horen welke kampingezetenen nog vrijgesteld waren en of er strafgevallen waren die meteen op transport moesten .

De eerste groepen opgepakte joden arriveerden tussen eind maart en begin mei 1942 in Westerbork. De adresgegevens van de binnengebrachte joden waren vastgelegd door de Zentralstelle für jüdische Auswanderung aan de Van Eeghenstraat in Amsterdam. Dit bureau, dat geleid werd door Willy Lages en diens plaatsvervanger Ferdinand Hugo Aus der Fünten, registreerde de in Nederland wonende joden en bereidde hun "emigratie" voor . Het doorgangskamp Westerbork heeft 101.525 joodse kampingezetenen geherbergd . Een groot deel van hen is niet langer dan enkele weken, soms zelfs maar een paar uur, in het kamp geweest. Zij die langer dan zes weken in het kamp verbleven, werden in het bevolkingsregister ingeschreven. De gemeente Westerbork beschikte hiervoor over een hulpsecretarie in het kamp waar de ambtenaren mr. D.W. Molhuijsen en B.T. van Donselaar waren gedetacheerd .

Het eerste transport vanuit Westerbork vertrok op 15 juli 1942 vanaf het enkele kilometers verderop gelegen station van Hooghalen. Met het gereedkomen van een zijspoor konden de treinen vanaf 2 november 1942 tot midden in het kamp komen . De verharde weg, onder kampingezetenen bekend als de Boulevard des Misères, deed dienst als perron. Aanvankelijk vertrokken de treinen twee of drie maal per week maar vanaf februari 1943 vonden de transporten op elke dinsdag plaats. Bij de eerste transporten werden soms nog personenrijtuigen ingezet maar na 10 maart 1943 reden alleen nog goederenwagons naar het oosten . In het najaar van 1943 werden de transporten enige tijd opgeschort in verband met besmettelijke ziektes die in het kamp heersten. Contacten met de buitenwereld werden in deze periode verboden. De quarantaine duurde tot januari 1944 . Het 93e en laatste transport vertrok 13 september dat jaar uit Westerbork.

Het merendeel van de kampingezetenen is naar Auschwitz gedeporteerd: met 65 transporten vertrokken circa 60.330 joden. Naar vernietigingskamp Sobibor reden 19 treinen die 34.313 joden meevoerden. Zeven maal was het ghetto Theresienstadt het eindpunt waar in totaal 4.870 joden heen gingen. Voor 3.750 joden was de bestemming Bergen-Belsen; zij arriveerden daar met acht transporten. Tenslotte werden 150 joden naar Buchenwald en Ravensbrück gedeporteerd .

Transport.

Enkele maanden voordat in juli 1942 Kamp Westerbork onder Duitse bestuur werd gesteld, had de Nederlandse commandant J. Schol een reorganisatie doorgevoerd. Het nieuwe, Duitstalige, kampreglement verscheen in februari 1942 en ademde een verscherping van de regels: "strengste Disziplin ist Pflicht" . Westerbork was voorbestemd als arbeidskamp en alle kampbewoners zouden voortaan "vor Arbeit eingesetzt" worden. Schol formeerde daartoe dertien Dienstzweige die elk onder de supervisie van een Nederlandse ambtenaar geplaatst werden. Deze werden terzijde gestaan door uit de kampbevolking aangewezen Dienstleiter. Omdat zich op dat moment nog nauwelijks Nederlandse joden in het kamp bevonden, kwamen de Dienstleiter voort uit de groep Duits-Joodse vluchtelingen. Deze zogeheten Alte Kampinsassen werden in de kampadministratie voorzien van een rood stempel . De supervisie over deze dertien Dienstzweige kreeg Oberdienstleiter Kurt Schlesinger.

De Duits-joodse emigrant Kurt Schlesinger was als Oberdienstleiter de meest vooraanstaande onder de kampingezetenen.

Dienstzweig, Nummer

Dienstleiter

Aussendienst, 1

M. Brauner

Innendienst, 2

A. Hausmann

Technischer Dienst, 3

G. Schwarz

Werkstätten, 4

L. Hupert

Lagerinspektion, 5

E. Frankenstein

Administration, 6

J. Samson

Ärtzlicher Dienst, 7

dr. A. Bial & dr. F. Spanier

Zentralküche, 8

H. Seligmann

Schulen, Kurse, etc., 9

G. Frank

Ordnungsdienst, 10

A. Pisk

Feuerwehr, Luftschutz, Gasdienst und Sanitätsdienst, 11

K. Fried

Appell, 12

H. Moos

Frauendienst, 13

M. Moses

Lagerkommandant Gemmeker gebruikte deze door Schol opgezette kamporganisatie als basis voor een nieuwe indeling die vanaf 20 januari 1943 van kracht werd . Inmiddels was de scheiding tussen Nederlandse en Duitse kampleiding opgeheven. De Nederlandse ambtenaren waren aan de kant geschoven en kapitein Schol was van zijn functie ontheven . Gemmeker deelde de kamporganisatie in twaalf Dienstbereiche in. Tijdens hun wekelijkse bijeenkomsten wisselden de twaalf Dienstleiter ervaringen uit en ontvingen zij richtlijnen van Oberdienstleiter Schlesinger .

Schlesinger en zijn Dienstleiter kregen elk één van de tweehonderd woninkjes toegewezen . Het merendeel van deze bevoorrechte "kampadel" bestond uit Alte Kampinsassen, de Duitstalige joden die voor mei 1940 als vluchteling in het kamp waren gehuisvest.

Dienstleiter, Dienstbereich

H. Todtmann, Dienstbereich I (Lagerkommandantur)

R. Fried, Dienstbereich II (Verwaltung)

Arthur Pisk, Dienstbereich III (Ordnungsdienst)

dr. F. Spanier, Dienstbereich IV (Gesundheitsdienst)

F. Stein, Dienstbereich V (Innendienst)

E. Zielke, Dienstbereich VI (Außendienst)

E. Wachsmann (waarnemend), Dienstbereich VII (Werkstätten I.)

S. Rosenberg, Dienstbereich VIII (Werkstätten II.)

H. Seligmann, Dienstbereich IX (Hauptküche)

G. Frank, Dienstbereich X (Erziehung und Fürsorge)

mw. M. Moses, Dienstbereich XI (Frauendienst)

H.H. Beyer, Dienstbereich XII (Besondere Lagerwerkstätten)

Baantjes bij één van deze Dienstbereiche waren fel begeerd omdat ze - een doorgaans voorlopige - vrijstelling van transport betekenden. In de zomer van 1944 was het merendeel van de Nederlandse joden op transport gesteld en voerde Gemmeker een reorganisatie van de Dienstbereiche door. Op 14 juni dat jaar beperkte hij het aantal Dienstbereiche tot zes :

Dienstleiter, Dienstbereich

R. Fried, Dienstbereich I (Verwaltung)

E. Zielke, Dienstbereich II (Allgemeiner Baudienst)

A. Pisk, Dienstbereich III (Ordnungsdienst)

dr. F. Spanier, Dienstbereich IV (Gesundheitsdienst)

S. Rosenberg, Dienstbereich V (Bekleidungswesen)

H.H. Beyer, Dienstbereich VI (Zerlegebetriebe)

Op 5 september 1944 brak Dolle Dinsdag uit en zochten vele NSB'ers bescherming binnen het kamp . Om hen gescheiden te houden van de joodse kampingezetenen werden de joodse barakken voorzien van een extra prikkeldraadomheining. Na drie weken verlieten de NSB'ers het kamp weer; vrouwen en kinderen vertrokken veelal naar Duitsland terwijl de mannen terugkeerden naar hun woningen.

Tegen het eind van februari 1945 werden de voormalige strafbarak en twee aangrenzende barakken met prikkeldraad omheind en volkomen van de rest van het kamp geïsoleerd. Hier werden circa 380 vrouwelijke politieke gevangenen met hun bewaaksters gehuisvest. Daags voor de bevrijding van het kamp werden deze niet-joodse vrouwen meegevoerd op een gedwongen mars door de manschappen van de Grenzschutzpolizei .

Bevrijde kampingezetenen op een pantservoertuig.

Bij de bevrijding van Westerbork in de middag van 12 april 1945 door een Canadese verkenningseenheid waren nog een kleine negenhonderd kampingezetenen aanwezig . De indrukken die de soldaten opdeden, zijn opgetekend in het oorlogs-logboek : "It was a rather startling sight as you approached the camp [...]. It was completely surrounded with barbed wire and had four lookout towers. Approximately 900 people were held in this camp. [...] in the kitchen a number of A Co[mpany] boys were observed helping the girls peel potatoes. It's surprising the influence girls, especially pretty ones, have with soldiers. [...] Visiting a camp like this brings home to us the reality of what we are fighting for".

Al op 11 april hadden Gemmeker en zijn staf het kamp verlaten. Gemmeker had zijn dienstpistool overhandigd aan Oberdienstleiter Kurt Schlesinger en daarmee de leiding symbolisch overgedragen. Zoals de dienstleiders onderling echter al eerder hadden afgesproken, nam Adriaan van As, het Nederlandse hoofd van het Centraal Distributiekantoor in kamp Westerbork, de leiding op zich . Om enig "germanistisch insluipsel weg te vagen" kreeg Van As de titel kampintendant . Vanaf dat moment stond het kamp onder de bescherming van het Internationale Rode Kruis en heette het Austausch- und Internierungslager . Twee weken later werden de eerste gevangen genomen NSB'ers binnengebracht. Voor hun bewaking meldde zich een aantal oud-kampingezetenen . Het zou nog tot juli duren voordat de laatste kampingezetenen Westerbork verlieten .

Gemmeker was naar Amsterdam uitgeweken waar hij bij de bevrijding werd gearresteerd. In januari 1949 werd Gemmeker veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, maar kreeg amnestie op 20 april 1951. Hij keerde terug naar Düsseldorf waar hij aan de Karlsplatz een sigarenwinkel opende . In de jaren zeventig overleed Gemmeker.

Na de bevrijding werd Westerbork als Bewarings- en Verblijfkamp onder het Militair Gezag geplaatst en nam eerste luitenant J.G. Buijvoets de taak van kampintendant Van As over . In 1948 hield Westerbork op te bestaan als interneringskamp voor collaborateurs en werden er Nederlandse soldaten gelegerd, waarschijnlijk tot september 1949. Tussen de zomer van 1950 tot maart 1951 verbleven gerepatrieerde Indische Nederlanders in het kamp, dat inmiddels was herdoopt tot De Schattenberg. Met de komst van Molukse oud-KNIL-militairen begin jaren vijftig werd de naam van het kamp veranderd in Woonoord De Schattenberg. In februari 1971 verlieten de laatste bewoners het woonoord en werden de barakken gesloopt. Hiermee was de weg vrij Kamp Westerbork een nieuwe bestemming te geven: op het terrein werden radiotelescopen geplaatst ten behoeve van de sterrenwacht. Een decennium later werd op particulier initiatief Herinneringscentrum Kamp Westerbork gebouwd en door koningin Beatrix op 12 april 1983 onthuld.

Gezinnen van Molukse oud-KNIL-militairen in voormalig kamp Westerbork.

Archival History

De deelcollectie is na 1945 aangelegd.

De deelcollectie is ontstaan door de activiteiten van de afdeling Onderzoek Gevangenissen en Concentratiekampen van het toenmalige RIOD.

De Duitse kampleiding heeft tweemaal, in september 1944 en april 1945, een groot deel van haar administratie laten vernietigen . De deelcollectie vormt dus geenszins een complete neerslag van de kampadministratie.

Tijdens haar onderzoekingen heeft het RIOD een grote hoeveelheid materiaal verzameld en ontvangen. Het gaat onder meer om verslagen van voormalig kampingezetenen en schenkingen aan het RIOD.

Acquisition

De deelcollectie is eigendom van het NIOD.

Scope and Content

De deelcollectie bestaat hoofdzakelijk uit documenten (of kopieën daarvan) uit de periode dat kamp Westerbork door de Duitsers als doorgangskamp in gebruik was (1942-1945). Tevens zijn stukken aanwezig uit de periode dat Westerbork nog onder verantwoordelijkheid viel van Nederlandse departementen (1939-1942). Voorts behoren naoorlogse correspondentie, rapporten en verslagen tot de deelcollectie. Tenslotte bevat de deelcollectie kaartmateriaal en foto's.

Een bijzonder bestanddeel van de deelcollectie is de zogeheten Westerbork-kartotheek die lijsten bevat met naam en geboortedatum van gedeporteerden, hun laatste officiële woonadres voor vertrek naar Westerbork en de datum van transport uit het kamp. Deze lijsten zijn in het geheim aangelegd door joodse kampingezetenen die bij de administratie van het kamp werkten. Zij hielden er rekening mee dat de oorspronkelijke kartotheek tijdens de laatste oorlogsmaanden vernietigd zou worden. Inderdaad is de oorspronkelijke kartotheek, die veel meer persoonsgegevens heeft bevat, in de herfst van 1944 in de verwarmingsketels van het kamp verbrand. De overgetypte lijsten werden in een barak onder de grond begraven. Na de bevrijding zijn de lijsten overhandigd aan de Canadezen die het kamp bevrijdden. Zij fotografeerden de lijsten in tweevoud: één set wordt momenteel bewaard bij het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis in Den Haag, de tweede set berust bij het NIOD (inventarisnummers 216-231).

De door de kampingezetenen overgetypte lijsten zijn in de loop der jaren door de inwerking van vocht danig aangetast. Eind jaren negentig zijn de lijsten in opdracht van het NIOD door het Nationaal Archief gerestaureerd.

Na de oorlog kon dankzij de kartotheek de plaats en datum van overlijden worden vastgesteld van het grootste deel van de vanuit Nederland op transport gestelde joden. De kampingezetenen die de lijsten hebben overgetypt hebben vier afzonderlijke alfabetische ordeningen aangebracht. Hoewel hier en daar eigenaardigheden in de ordening voorkomen, zijn de benodigde gegevens in de regel gemakkelijk te vinden. De Westerbork-kartotheek is op microfiche te raadplegen in de studiezaal. De originelen zijn opgeborgen onder inventarisnummers 210-215.

Appraisal

De eerste vernietigingen van archiefmateriaal werden in september 1944 en april 1945 door de Duitse kampleiding uitgevoerd in verband met de nadering van geallieerde troepen.

Tijdens de eerste jaren van haar bestaan had het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie 24 kisten met archiefstukken verzameld. Van het toenmalige Hoofd Onderzoek Gevangenissen en Concentratiekampen A. Timmenga is een notitie van 30 juni 1950 bewaard gebleven waarin zij het Directorium van het Instituut voorstelt een aantal documenten af te scheiden. Het betrof stukken over de magazijnadministratie, facturen, rekeningen en doubletten.

Bij de bewerking zijn doubletten afgezonderd. Ook zijn metalen bestanddelen als nietjes en paperclips verwijderd. Herplaatst zijn enkele stukken die door een andere archiefvormer zijn aangelegd.

Accruals

Begin jaren zeventig vervaardigde P.F.F. van Leeuwen de eerste inventaris van de deelcollectie Westerbork. Hierin zijn alle stukken opgenomen die op dat moment door acquisitie of schenking aan de deelcollectie waren toegevoegd. In de huidige inventaris zijn alle sindsdien aan het NIOD geschonken documenten over het kamp opgenomen. Het is mogelijk dat de deelcollectie in de toekomst op vergelijkbare wijze verder wordt uitgebreid.

Tijdens de bewerking is de deelcollectie aangevuld met stukken uit de Collectie Documentatie II Zaken (Westerbork, no. 909) en de Collectie Documentatie II Zaken (Westerbork-Contactcommissie, no. 909A). De collecties Doc. II-909 en Doc. II-909A zijn hierdoor opgeheven.

System of Arrangement

Zoals de gehele Collectie Gevangenissen en Kampen is ook de deelcollectie Westerbork ingedeeld volgens acht rubrieken en daartoe behorende sub-rubrieken. Deze rubricering verwijst naar aspecten die binnen gevangenissen en kampen een rol speelden. De indeling is gebaseerd op het schema dat de Afdeling Onderzoek Gevangenissen en Concentratiekampen destijds gebruikte voor het ordenen en verzamelen van het materiaal. Doordat de rubricering van toepassing is op alle deelcollecties is het mogelijk om gericht op onderwerp te zoeken binnen de gehele Collectie Gevangenissen en Kampen.

Een relatief groot percentage van de deelcollectie bestaat uit documenten van de kampadministratie. Zoveel mogelijk is getracht die kampadministratie te reconstrueren. Dit is met name zichtbaar in rubriek 4.3. "Zelfbestuur door gevangenen". Bij de eerste bewerking in de jaren zeventig zijn de stukken echter geordend per onderwerp waardoor ze over de gehele deelcollectie verspreid raakten. Het bleek te ingrijpend om dit weer ongedaan te maken en de stukken te laten terugkeren naar het organisatieonderdeel waar ze zijn ontstaan. Hierdoor kan het bijvoorbeeld voorkomen dat stukken van het Statistisches Büro niet alleen terug te vinden zijn bij rubriek 4.3.1.03.12. "Statistisches Büro" maar ook bij de rubrieken 3.3. "Kampadministratie" en 3.4. "Transporten".

Conditions Governing Access

Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".

Conditions Governing Reproduction

Behoudens de algemene regels voor het vermenigvuldigen van stukken gelden geen beperkingen voor de reproductie.

Physical Characteristics and Technical Requirements

De materiële staat van de archiefstukken verzet zich niet tegen gebruikelijke raadpleging van de originelen in de studiezaal van het NIOD. Uitzondering hierop vormen de originele en de gefotokopieerde Westerbork-kartotheek (inventarisnummers 210-231). In verband met de kwetsbare aard zijn deze documenten niet opvraagbaar, wel kunnen ze in de studiezaal op microfiche worden geraadpleegd. De inventarisnummers 397-399 bevatten geld dat in Kamp Westerbork in omloop was. Vanwege de kostbare aard van deze biljetten zijn ze niet opvraagbaar.

Finding Aids

  • Door mevrouw M. Ros is een index gemaakt op naam van personen die in de eerste 24 portefeuilles (m.u.v. 20-21) van de oude ordening voorkomen. Van in de documenten genoemde personen zijn de naam vastgelegd en voor zover bekend de geboortedatum, beroep, functie in Kamp Westerbork, repatriëring en andere kampen waar men verbleef.

    Door studenten van de Archiefschool is in maart 1998 een archiefbewerkingsplan opgesteld. Dit bevat onder meer een overzicht van aanvullingen en eerdere bewerkingen van de collectie.

Note(s)

  • Collectie

  • Oorspronkelijk was Kamp Westerbork in 1939 door het ministerie van Justitie ingericht als opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. In juli 1942 werd het kamp door de bezetter overgenomen en kreeg het zijn bestemming als Judendurchgangslager. Vanaf 15 juli dat jaar zijn in meer dan negentig transporten ongeveer 100.000 joden per trein naar Auschwitz, Sobibor en andere kampen gedeporteerd.

Sources

  • citeer- en aanvraaginstructie

  • Archiefstukken uit deze deelcollectie kunnen in de studiezaal van het NIOD worden aangevraagd onder vermelding van: deelcollectie 250i , inv.no. ...

  • Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient de deelcollectie tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna volstaat een verkorte aanhaling:

  • Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam, Collectie Gevangenissen en Kampen - deelcollectie Westerbork, Judendurchgangslager, inv.no. ...

  • NIOD, Collectie G&K - deelcollectie Westerbork, inv.no. ...

  • http://cap.estevan.sk.ca/ssr/documents/apr45/Apr18.jpg

  • http://www.cympm.com/westerbork.html

  • http://www.westerbork.nl

Subjects

This description is derived directly from structured data provided to EHRI by a partner institution. This collection holding institution considers this description as an accurate reflection of the archival holdings to which it refers at the moment of data transfer.