Archief van het Wetenschappelijk Comité van Toezicht op het Onderzoek naar Amsterdamse Panden die een Belangrijke Rol in het Verzet 1940-1945 Hebben Gespeeld (Begeleidingscommissie van Tellingen)

Identifier
NL-SAA-423987
Language of Description
Dutch
Dates
1 Jan 1986 - 31 Dec 1988
Level of Description
Fonds
Languages
  • Dutch
Source
EHRI Partner

Scope and Content

Inleiding

Loco-burgemeester van Amsterdam E. Heerma verstrekte in februari 1986 opdracht tot het doen van onderzoek naar verzetspanden in Amsterdam. Het onderzoek werd uitgevoerd door Wim van Tellingen, wetenschappelijk mederwerker van het Gemeentearchief Amsterdam, onder toezicht van een wetenschappelijk comité bestaande uit mw. W. Pieterse, gemeentearchivaris, drs. A.H. Paape, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (tegenwoordig het NIOD), prof. dr. J.C.H. Blom, hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, E. Habold, conservator van het Verzetsmuseum te Amsterdam, J. Voortman, vertegenwoordiger van het gemeentelijk 4 en 5 mei comite en mr. J.H. van den Hoek Ostende, adjunct-archivaris van het gemeentearchief. Het onderzoek, dat twee jaar in beslag nam, richtte zich op een viertal deelterreinen: het polemische verzet, het verzorgende verzet, het gewapende en semi-militaire verzet en het ondersteunende verzet. Kern van het onderzoek waren interviews met oud-verzetslieden, afgezet tegen de bestaande literatuur. De aanvankelijke bedoeling van het onderzoek was om te komen tot een lijst adressen, waarbij elk adres voorzien zou worden van een kleine stukje tekst. Van Tellingen vatte zijn opdracht evenwel breder op, wat resulteerde in een doorlopende tekst over verschillende Amsterdamse verzetsbewegingen. Om meer nadruk op de panden te leggen werd besloten de adressen in de tekst te onderstrepen. In augustus 1988 werd het eindverslag aan de gemeentesecretaris aangeboden. Tot een publicatie kwam het niet; het comité achtte de stof daarvoor niet evenwichtig genoeg behandeld, bovendien waren er in de ogen van de commissie te veel leemten en waren bronnen niet altijd vermeld.