Archief van het Distributiebureau en de Distributiedienst

Identifier
NL-SAA-414393
Language of Description
Dutch
Dates
1 Jan 1916 - 31 Dec 1963
Level of Description
Fonds
Languages
  • Dutch
Source
EHRI Partner

Scope and Content

Inleiding.

De voorloper van de Gemeentelijke Distributiedienst, het Distributiebureau, werd in 1916 opgericht Het bureau had tot taak: uitvoering van en het toezicht houden op de naleving van de wetten, de ministeriële beschikkingen en besluiten met betrekking tot de distributie van levensmiddelen, brandstoffen en huishoudelijk artikelen. Het Distributiebureau werd in 1920 een gemeentelijke Dienst voor de Levensmiddelen, als onderdeel van de Centrale Dienst voor Levensmiddelen, met vier afdelingen: - Algemene Zaken, - Boekhouding, - Brood en meel - Winkels en magazijnen. Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog slonken de voedselvoorraden en nam de goederenschaarste toe. Om een onjuiste verdeling hiervan te voorkomen trad in 1939 de Prijsopdrijvings- en Hamsterwet en de Distributiewet in werking. In 1939 werd als gevolg van de Distributiewet 1939 de Gemeentelijke Distributiedienst opgericht die de taken van het Distributiebureau overnam. Op landelijk niveau werd het Centraal Distributiekantoor (C.D.K.) opgericht. Op gemeentelijk niveau was de distributie als volgt geregeld: iedere gemeente vormde een distributiekring. Iedere distributiekring had een distributiedienst; waarvan de burgemeester het hoofd was. Hij kon iemand aanwijzen, die namens hem met de dagelijkse leiding van de dienst was belast. De Distributiedienst was dus allereerst een gemeentelijke dienst met een tweeledig taak namelijk: aan een kant bemoeienis en verhouding met de C.D.K. en aan de andere zijn bemoeienis en verhouding met de handel en consument. Beide taken waren zuiver administratief. Op controlerend gebied beperkte zich de taak tot de controle bij inname van consumentenbonnen en de controle bij extra verstrekkingen op medisch advies. Later zouden beide taken in omvang toenemen. De Distributiedienst ontwikkelde zich met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in heel snel tempo. Het jaar 1941 vertoonde een verdergaande uitbreiding, een gevolg van verder doorgevoerde specialisering en consolidering van afdelingen. In 1942 nam het aantal in distributiegebrachte artikelen toe in 1943 werden geen nieuwe artikelen in distributie gebracht. De rantsoenen van de voedingsmiddelen bleven vrijwel ongewijzigd. De verplaatsing van het oorlogstoneel naar Nederland en de Spoorwegstaking in september van 1944 brachten plotseling een geheel andere toestand. De voedsel- en de brandstoffenvoorziening van Amsterdam kwam voor grote moeilijkheden te staan, die hun invloed op distributiemaatregelen deden gelden. Het verbreken van regelmatige verbinding met het C.D.K. te Zwolle en de bureau's in Den Haag door het uitvallen van de Spoorwegen en de beperkingen in het post-, telefoon-, en wegverkeer, moest noodgedwongen leiden tot grotere decentralisatie van de distributieapparaat. Het stadsgebied van Amsterdam werd daarom uit de landelijke organisatie van de voedselvoorzienig gelicht. Hierdoor zag de Distributiedienst zich plotseling voor een veel meer zelfstandig taak geplaatst worden In de Oorlogswinter van 1944-45 heeft de Distributiedienst zijn taak zo ruim mogelijk opgevat. Hieronder viel in de eerste plaats zijn bemoeiing met de aanvoer van levensmiddelen naar de stad. Daarnaast heeft de Dienst medewerking verleend aan de verdeling van goederen buiten de distributie om, in samenwerking met o.a. de Hulporganisatie Amsterdam. Het jaar 1945 kenmerkte zich door een onregelmatig verloop van bijna alle werkzaamheden. In mei 1945 werd voor de uitvoering van de distributiemaatregelen, de distributiekring Amsterdam samen met elf andere kringen in de provincie Noord-Holland in het district Amsterdam ingedeeld. De werkzaamheden waren vooral gericht op de afloop van de oorlog en de terugkeer tot meer normale verhoudingen. Het jaar 1946 is het eerste jaar geweest waarin de uitbreiding van de Distributiedienst niet alleen tot stilstand is gekomen, maar zelfs plaats maakte voor teruggang. De bezuiniging door personeelsvermindering en vooral de centralisatie van verschillende werkzaamheden waren maatregelen die genomen moesten worden om tot verlaging van de uitgaven van de Dienst te komen. Ondanks alle wijzigingen in de werkwijze van de Dienst, heeft de omvang van zijn taak geen vermindering van grote betekenis ondergaan. De verdere centralisatie en de opheffing van de distributie van verbruiksgoederen in 1948 heeft bijgedragen tot verdere inkrimping van de Dienst. In 1949 werd dan ook besloten tot opheffing van de Dienst. De taken gingen over naar de Dienst Levensmiddelen. Bij de inventarisatie is als archiefschema de ordening 'Stukken van algemene aard' en 'Stukken betreffende bijzondere onderwerpen' gebruikt. Het archief bevat series correspondentie, geordend volgens het indicateurstelsel, financiële series, losse stukken en ook werkarchieven van de directeuren van de Dienst. Het archief is nu geordend naar taken van de Distributiedienst. De omvang van het archief is ca. 90 m. Ca.16 m is vernietigd op basis van de gemeentelijke vernietigingslijst van 1983, waarbij een uitzondering is gemaakt voor de stukken uit de jaren 1940-1945.