Overzicht van de Jodenvervolging in België, opgesteld door de Belgische regering. In mei 1940 bevonden zich +- 90.000 Joden in België, van hen verliet...

Identifier
MF811204
Language of Description
Dutch
Alt. Identifiers
  • NL-AsdNIOD/270c/362
Dates
1 Jan 1276 - 31 Dec 1947
Level of Description
File
Source
EHRI Partner

Scope and Content

Overzicht van de Jodenvervolging in België, opgesteld door de Belgische regering. In mei 1940 bevonden zich +- 90.000 Joden in België, van hen verlieten 45000 het land voor de komst der Duitsers. De vervolging verliep in grote lijnen als in Nederland. Middels een aantal verordeningen werden de Joden geregistreerd (42.000 man; 2 à 3000 weigeraars) geïsoleerd, gekentekend, uitgeplunderd en in België gedwongen te werk gesteld. Reeds voor het begin der deportaties hadden er uitbarstingen van terreur plaats gehad. In april 1941 werden in Antwerpen twee synagogen verwoest. Ook werden in de eerste jaren van de bezetting honderden Joden wegens overtredingen van anti-Joodse maatregelen gearresteerd en in het concentratiekamp Breendonck doodgemarteld. In november 1941 werd de "Association des Juifs de Belgique" door de Duitsers ingesteld als een soort Joodse Raad. In juli 1942 begonnen de razzia's en daaropvolgende deportaties. Hiertegen richten de Joden een illegale organisatie op, het Comité de Défense des Juifs, dat in verblinding stond met de Belgische illegaliteit en dat voor onderduik adressen, bonkaarten, e.d. zorgde en er een waarschuwingssysteem op na hield bij op handen zijnde razzia's. Later ging het Comité tot actief verzet over. Zo werd in april 1943 een deportatietrein overvallen, waardoor honderden Joden konden ontsnappen. Een jaar lang werden alleen buitenlandse Joden gearresteerd. In sept. 1943 verbraken de Duitsers hun belofte om de Belgische Joden met rust te laten en werden ook deze opgepakt. In totaal werden ruim 25000 Joden uit België gedeporteerd. Van hen kwamen er 1276 terug, 1 mei 1947.

This description is derived directly from structured data provided to EHRI by a partner institution. This collection holding institution considers this description as an accurate reflection of the archival holdings to which it refers at the moment of data transfer.