Notitie over het resultaat van een dienstreis van Rademacher naar Belgrado met het doel na te gaan of "het probleem" van 8000 aldaar geconcentreerde J...

Identifier
MF811033
Language of Description
Dutch
Alt. Identifiers
  • NL-AsdNIOD/270c/170
Dates
1 Jan 1500 - 31 Dec 2000
Level of Description
File
Source
EHRI Partner

Scope and Content

Notitie over het resultaat van een dienstreis van Rademacher naar Belgrado met het doel na te gaan of "het probleem" van 8000 aldaar geconcentreerde Joden "ter plaatse" geregeld kan worden. Het probleem was minder groot dan het leek. Bij zijn aankomst bleken al 2000 van hen wegens represaille te zijn gefusilleerd (voor elke Duitse soldaat 100 Serven). Verder bleek dat het niet om 8000 maar om 4000 Joden ging, waarvan "maar 3500 doogadgeschoten konden worden* (500 had de Gestapo nodig voor medische hulp en als ordedienst in het gehtto)." Aan het Duitse gezantschap is verder te verstaan gegeven dat de overige Joden in Servië, niet naar Roemenië, het Generalgouvernement of het Oosten kunnen worden gedeporteerd. Met de leider van de Gestapo in Servië, Fuchs, diens verbindingsman bij het gezantschap, Weimann, en de "Judensachbearbeiter" van Fuchs is een bespreking gehouden. Het resultaat: 1. De mannelijke Joden zijn tegen het einde van deze week alle geëxecuteerd. 2. De resterende 20 000 Joden alsmede 1500 zigeuners komen in het ghetto (vroegere zigeunerwijk) van Belgrado. Er is voor spaarzaam voedsel gezorgd. Het Duitse gezantschap (Staatsrat Turner) gaf toestemming op voorwaarde dat het ghetto tijdelijk was. De stadswijk vormt een infectiehaard en moet met de grond gelijk naar zijn mening. De Joden en Zigeuners moeten met boten naar de opvangkampen in het Oosten gedeporteerd worden. De dreiging van het overslaan van de opstand (partizanenoorlog) naar Belgrado heeft ook bij de Duitse diensten onrust gewekt. Bovendien werken het gezantschap en de plaatselijke diensten van de Gestapo niet nauw genoeg samen, 25 oct. 1941.

This description is derived directly from structured data provided to EHRI by a partner institution. This collection holding institution considers this description as an accurate reflection of the archival holdings to which it refers at the moment of data transfer.